Inloggen

Login

Hier kunt u inloggen op het platform om u in te schrijven voor een cursus. Uw gebruikersnaam en wachtwoord heeft u eerder in een e-mail ontvangen.
Heeft u nog geen account? Deze wordt automatisch aangemaakt als zich voor de eerste keer inschrijft voor een cursus.


Instagram Facebook

Door Kristof de Corte

Een cervicaal radiculair syndroom is een verzamelnaam voor klachten die ontstaan door compressie en/of inflammatie van een cervicale zenuwwortel. De symptomen kunnen zowel motorisch (krachtsverlies) en/of sensorisch (gevoelsverlies of net overgevoelig) zijn

De KNGF-richtlijn Nekpijn spreekt van een nekpijn graad III om te verwijzen naar het cervicaal radiculair syndroom.

Indien er sprake is van objectief waarneembare neurologische tekenen (motorisch of sensorisch) dan kan een positieve spurling en/of distractietest (insluittests) een graad III nekpijn bevestigen. Indien er geen objectief waarneembare neurologische tekenen zijn, of indien deze er wel zijn maar de beide insluittests zijn negatief, dan wordt aangeraden om de ULTT (uitsluittest) te doen. Een negatief testresultaat sluit Nekpijn graad III in principe uit.

De eerste zin van de richtlijn diagnostiek impliceert een aantal zaken:

  • Ben ik in staat om op basis van de anamnese een goede selectie te doen van patiënten die mogelijks in aanmerking komen voor een nekpijn graad III ?
  • Ben ik vaardig genoeg om de motorische functie te evalueren ?
  • Ben ik vaardig genoeg om na mijn sensorisch onderzoek met zekerheid te stellen dat de sensorische functie niet gestoord is?
  • Hoe kan ik de uitvoering van de spurling aanpassen om ze tegelijkertijd veiliger en sensitiever te maken?

De tweede zin houdt echter een valkuil in indien het eerste luik niet goed werd geëvalueerd.
Met een ULTT kun je immers niet vaststellen of er al dan niet een perifeer neurogeen entrapment is. Een ULTT  evalueert enkel op een positief teken (toegenomen gevoeligheid) en niet op een negatief teken (gevoelsverlies) terwijl dat laatste net het dominante kenmerk is van een perifeer neurogeen entrapment. Recent onderzoek wees immers uit dat patiënten met een anamnese die suggestief is voor neurogene betrokkenheid en een negatieve ULTT een hogere kans hebben op een negatief teken tijdens de evaluatie van dunne sensorische vezels. Het niet accuraat evalueren van het probleem leidt mogelijks  tot een inaccurate diagnose en dus tot onaangepast handelen.

Tenzij er progressief krachtsvermindering is of tekenen van ruggenmergcompressie zal de behandeling van een radiculair syndroom de eerste  8 à 12 weken sowieso conservatief zijn. Dit gebeurt het best biopsychosociaal. Een conservatieve behandeling kan het natuurlijk herstel niet versnellen maar wel ondersteunen. Aangezien er vaak een goede prognose is moet de aanpak zich best vooral focussen op preventie van chroniciteit. Een goede kennis van de neurodynamica, met name het effect van mechanische belasting (glijden, rek en druk) op de (patho)fysiologie van het letsel is een voordeel omdat het kan helpen om de pijn en geassocieerde symptomen te controleren. Controle over symptomen vermindert de kans op chroniciteit.  Voldoende aandacht voor de gedachten en emoties van de patiënt bij de identiteit, de oorzaak, de gevolgen, de prognose en de coping van dit gezondheidsprobleem zijn ook belangrijke aangrijpingspunten. Het updaten van je eigen kennis hierover en aandacht voor de taal die je gebruikt zal de communicatie met je patiënt hierbij vergemakkelijken.

Schrijf je in voor een gerelateerde cursus

Het radiculair syndroom

Startdatum:
Woensdag 23 september 2020
Locatie: Maassluis

Info & Inschrijven


Deze website maakt gebruik van cookies.
Door gebruik te maken van de website, geeft u ons toestemming voor het gebruiken van deze cookies. Lees hier de privacy verklaring.